home
feb 15, 2010
Open brief aan Luckas Vandertaelen
Beste Luckas,
Aangezien u er een gewoonte van maakt 'open brieven' de wereld in te sturen, richten wij ons ook graag via deze vorm tot u. Laten we maar beginnen met te stellen dat niemand van de ondertekenden van deze brief u ziet als racist of u ooit zo heeft gebrandmerkt. Nu dit achter de rug is, stellen we voor dat u nu eens los komt uw slachtofferrol en het debat op een ernstige manier aangaat over de situatie van Brussel, maar ook andere steden in Vlaanderen.
Aangezien u er een gewoonte van maakt 'open brieven' de wereld in te sturen, richten wij ons ook graag via deze vorm tot u. Laten we maar beginnen met te stellen dat niemand van de ondertekenden van deze brief u ziet als racist of u ooit zo heeft gebrandmerkt. Nu dit achter de rug is, stellen we voor dat u nu eens los komt uw slachtofferrol en het debat op een ernstige manier aangaat over de situatie van Brussel, maar ook andere steden in Vlaanderen.
Open Brief aan Luckas Vandertaelen
Verdoezelen of verklaren?
Wat ondergetekenden nu al vele jaren trachten te bereiken is niet om problemen te verdoezelen, noch om ze uit te roepen als onbestaande. In tegendeel: we zijn sterk betrokken bij onze samenleving en zijn er ons terdege van bewust dat die samenleving niet zonder problemen is. Wij maken ons echter niet alleen grote zorgen over deze problemen, maar ook over het spreken over die problemen die gekend staat als 'het politiek correct denken doorbreken'.
Het idee dat 'politiek correcten' de problemen verdoezelen en niet bij naam willen noemen, is niet nieuw. Het is begonnen bij rechtse politici, maar vindt sinds 10 jaar ook steeds meer ingang bij commentatoren aan de linkerzijde. Het is een populaire manier van spreken die beweert 'problemen bij naam te noemen' en 'de koe bij de horens te vatten'. Diegene die spreekt beweert te weten 'hoe de dingen echt in elkaar zitten' en wimpelt anderen af als zij die realiteit niet willen zien. Het is een aantrekkelijke manier van spreken, het heeft in de laatste decennia alvast bewezen dat het veel stemmen oplevert. Maar wat doorgaans doorgaat als 'taboedoorbrekend' berust in feite op een problematische analyse die sociale problemen als een individuele verantwoordelijkheid afschuift, en cultuur als ultieme verklaringsgrond neemt.
Armoede als 'veiligheidsprobleem'
Maar al te snel werd het tromgeroffel van de 'zero tolerance' naar boven gehaald vorige weken in de discussie rond Brussel. Betekent dit dat je de wet niet moet toepassen? Natuurlijk niet. 'Dura lex, sed lex', criminaliteit moet steeds bestraft worden. Maar dat zal maar zoden aan de dijk zetten indien het gecombineerd wordt met een duurzaam sociaaleconomisch beleid. Het paradoxale aan de situatie in Brussel is dat het één van de steden is die de hoogste welvaart in ons land produceert, maar tegelijk ook de hoogste concentratie aan inwoners heeft die onder de armoedegrens leeft. U vermeldt zelf plichtsgetrouw dat onderwijs, minder discriminatie en meer werk "(...) zonder enige twijfel dringend noodzakelijke voorwaarden (zijn) om de Brusselse problemen aan te pakken." Helaas heeft deze oneliner maar weinig impact op uw analyse.
Wat ons bovendien zorgen baart is de manier waarop urgente sociale kwesties vanuit een veiligheidsoptiek worden benaderd, wat een daadkrachtig sociaaleconomische beleid, onderwijsbeleid en (kans)armoedebeleid in de weg staat. Verschillende criminologen en sociologen (allemaal marxisten?) wijzen erop dat dit een kenmerkende tendens is voor de neo-liberale koerswijziging van de laatste 20 jaar. Sociale problemen (werkloosheid, armoede...) worden als een individueel probleem gezien die middels een strenger repressief beleid moeten worden aangepakt. Dit leidt tot simplistische beleidsmaatregelen, die zich vooral richten op symptomenbestrijding: daklozen worden uit de metrostations verjaagd, en spijbelende jongeren (en hun ouders) worden harder aangepakt. En de maatschappij blijft netjes buiten schot.
'Onze' normen en waarden?
Verder stelt u in uw tekst dat "de onvermijdelijke evolutie naar een multiculturele maatschappij (...) niet (hoeft) te betekenen dat wij niet langer moeten verdedigen wat wijzelf belangrijk vinden" , waardoor u het crimineel gedrag van sommige jongeren uit minderheidsgroepen linkt aan een gebrek aan 'culturele aanpassing'. Deze opvatting is zeer populair, maar wordt niet ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. De precaire socio-economische status van de Belgische Marokkanen is een veel betere graadmeter voor het voorspellen van criminaliteit noemen dan cultuur. Dit is een simpele vaststelling die keer op keer in talloze rapporten wordt bevestigd. Al deze rapporten (van de EU tot buitenlandse en binnenlandse universiteiten "“ allemaal politiek correcte marxisten?) tonen aan dat de ruimtelijke segregatie ontegensprekelijk een impact heeft op het gedrag van de mensen. Met andere woorden: de kans dat een jonge Marokkaanse Belg zich misdraagt is veel groter in Schaarbeek of Molenbeek dan in Watermael-Bosvoorde.
Zolang er voor deze zogeheten 'verloren generatie' geen betere toekomstbeelden ontstaan, zal de situatie ten gronde niet verbeteren. Deze jongeren hebben niets meer te verliezen, ze kunnen alleen nog maar winnen. Ze lijken zich neer te leggen bij het feit dat ze sowieso deel zullen gaan uitmaken van de grote arbeidsreserves zoals hun ouders, die afgedankt en overbodig werden vanaf de economische crisis van de jaren '70. De specifieke vormen van criminaliteit moeten dan ook als een overlevingsstrategie worden gezien, en hebben weinig met 'hun cultuur' te maken. Gelijkaardig gedrag doet zich trouwens ook voor bij alle sociaal-achtergestelde groepen in andere grootsteden ter wereld. Daarom zijn deze daden uiteraard nog niet goed te spreken, maar een beleid dat zich enkel richt op misdaadpreventie en -bestrijding zonder de kern van het probleem bij haar wortels aan te pakken (m.n. armoede) is de deur openzetten voor discriminatie en stigmatisering. De vraag is dus: voor wanneer even straffe oproepen voor 'zero tolerance' van sociale ongelijkheid?
Nieuwe 'dogma's'
Het gevolg van dit alles is dat de verhouding van rechten, verantwoordelijkheden en plichten opnieuw geordend wordt. Minderheden zijn vanaf nu zelf schuldig aan hun achterstelling, onmondigheid en bestendigen zelf hun ongelijke posities. En wie weigert mee te gaan met dit opbod aan 'zero tolerance' en 'veiligheidsretoriek' riskeert een banvloek. Dàt zijn de nieuwe dogma's die het debat vandaag beheersen en een serene zoektocht naar constructieve oplossingen verhinderen. We staan, om het wat sterk te zeggen, op een kruispunt: ofwel blijven we in 'wij/zij' maatschappelijke breuklijnen denken waarbij de frontlijn dwars door de stedelijke zogenaamde no-goareas loopt, ofwel hanteren we de stad als een platform dat de aanwezige breuklijnen vooral als sociaal-economische breuklijnen ziet en hiertegen ageert. Aan nog meer onheilsprofeten die hun stad als een apocalyptisch 'multicultureel drama' aanschouwen hebben wij geen boodschap.
Nadia Fadil (KULeuven), Sarah Bracke (KULeuven), Pascal Debruyne (UGent) en Ico Maly (KifKif).
Verdoezelen of verklaren?
Wat ondergetekenden nu al vele jaren trachten te bereiken is niet om problemen te verdoezelen, noch om ze uit te roepen als onbestaande. In tegendeel: we zijn sterk betrokken bij onze samenleving en zijn er ons terdege van bewust dat die samenleving niet zonder problemen is. Wij maken ons echter niet alleen grote zorgen over deze problemen, maar ook over het spreken over die problemen die gekend staat als 'het politiek correct denken doorbreken'.
Het idee dat 'politiek correcten' de problemen verdoezelen en niet bij naam willen noemen, is niet nieuw. Het is begonnen bij rechtse politici, maar vindt sinds 10 jaar ook steeds meer ingang bij commentatoren aan de linkerzijde. Het is een populaire manier van spreken die beweert 'problemen bij naam te noemen' en 'de koe bij de horens te vatten'. Diegene die spreekt beweert te weten 'hoe de dingen echt in elkaar zitten' en wimpelt anderen af als zij die realiteit niet willen zien. Het is een aantrekkelijke manier van spreken, het heeft in de laatste decennia alvast bewezen dat het veel stemmen oplevert. Maar wat doorgaans doorgaat als 'taboedoorbrekend' berust in feite op een problematische analyse die sociale problemen als een individuele verantwoordelijkheid afschuift, en cultuur als ultieme verklaringsgrond neemt.
Armoede als 'veiligheidsprobleem'
Maar al te snel werd het tromgeroffel van de 'zero tolerance' naar boven gehaald vorige weken in de discussie rond Brussel. Betekent dit dat je de wet niet moet toepassen? Natuurlijk niet. 'Dura lex, sed lex', criminaliteit moet steeds bestraft worden. Maar dat zal maar zoden aan de dijk zetten indien het gecombineerd wordt met een duurzaam sociaaleconomisch beleid. Het paradoxale aan de situatie in Brussel is dat het één van de steden is die de hoogste welvaart in ons land produceert, maar tegelijk ook de hoogste concentratie aan inwoners heeft die onder de armoedegrens leeft. U vermeldt zelf plichtsgetrouw dat onderwijs, minder discriminatie en meer werk "(...) zonder enige twijfel dringend noodzakelijke voorwaarden (zijn) om de Brusselse problemen aan te pakken." Helaas heeft deze oneliner maar weinig impact op uw analyse.
Wat ons bovendien zorgen baart is de manier waarop urgente sociale kwesties vanuit een veiligheidsoptiek worden benaderd, wat een daadkrachtig sociaaleconomische beleid, onderwijsbeleid en (kans)armoedebeleid in de weg staat. Verschillende criminologen en sociologen (allemaal marxisten?) wijzen erop dat dit een kenmerkende tendens is voor de neo-liberale koerswijziging van de laatste 20 jaar. Sociale problemen (werkloosheid, armoede...) worden als een individueel probleem gezien die middels een strenger repressief beleid moeten worden aangepakt. Dit leidt tot simplistische beleidsmaatregelen, die zich vooral richten op symptomenbestrijding: daklozen worden uit de metrostations verjaagd, en spijbelende jongeren (en hun ouders) worden harder aangepakt. En de maatschappij blijft netjes buiten schot.
'Onze' normen en waarden?
Verder stelt u in uw tekst dat "de onvermijdelijke evolutie naar een multiculturele maatschappij (...) niet (hoeft) te betekenen dat wij niet langer moeten verdedigen wat wijzelf belangrijk vinden" , waardoor u het crimineel gedrag van sommige jongeren uit minderheidsgroepen linkt aan een gebrek aan 'culturele aanpassing'. Deze opvatting is zeer populair, maar wordt niet ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. De precaire socio-economische status van de Belgische Marokkanen is een veel betere graadmeter voor het voorspellen van criminaliteit noemen dan cultuur. Dit is een simpele vaststelling die keer op keer in talloze rapporten wordt bevestigd. Al deze rapporten (van de EU tot buitenlandse en binnenlandse universiteiten "“ allemaal politiek correcte marxisten?) tonen aan dat de ruimtelijke segregatie ontegensprekelijk een impact heeft op het gedrag van de mensen. Met andere woorden: de kans dat een jonge Marokkaanse Belg zich misdraagt is veel groter in Schaarbeek of Molenbeek dan in Watermael-Bosvoorde.
Zolang er voor deze zogeheten 'verloren generatie' geen betere toekomstbeelden ontstaan, zal de situatie ten gronde niet verbeteren. Deze jongeren hebben niets meer te verliezen, ze kunnen alleen nog maar winnen. Ze lijken zich neer te leggen bij het feit dat ze sowieso deel zullen gaan uitmaken van de grote arbeidsreserves zoals hun ouders, die afgedankt en overbodig werden vanaf de economische crisis van de jaren '70. De specifieke vormen van criminaliteit moeten dan ook als een overlevingsstrategie worden gezien, en hebben weinig met 'hun cultuur' te maken. Gelijkaardig gedrag doet zich trouwens ook voor bij alle sociaal-achtergestelde groepen in andere grootsteden ter wereld. Daarom zijn deze daden uiteraard nog niet goed te spreken, maar een beleid dat zich enkel richt op misdaadpreventie en -bestrijding zonder de kern van het probleem bij haar wortels aan te pakken (m.n. armoede) is de deur openzetten voor discriminatie en stigmatisering. De vraag is dus: voor wanneer even straffe oproepen voor 'zero tolerance' van sociale ongelijkheid?
Nieuwe 'dogma's'
Het gevolg van dit alles is dat de verhouding van rechten, verantwoordelijkheden en plichten opnieuw geordend wordt. Minderheden zijn vanaf nu zelf schuldig aan hun achterstelling, onmondigheid en bestendigen zelf hun ongelijke posities. En wie weigert mee te gaan met dit opbod aan 'zero tolerance' en 'veiligheidsretoriek' riskeert een banvloek. Dàt zijn de nieuwe dogma's die het debat vandaag beheersen en een serene zoektocht naar constructieve oplossingen verhinderen. We staan, om het wat sterk te zeggen, op een kruispunt: ofwel blijven we in 'wij/zij' maatschappelijke breuklijnen denken waarbij de frontlijn dwars door de stedelijke zogenaamde no-goareas loopt, ofwel hanteren we de stad als een platform dat de aanwezige breuklijnen vooral als sociaal-economische breuklijnen ziet en hiertegen ageert. Aan nog meer onheilsprofeten die hun stad als een apocalyptisch 'multicultureel drama' aanschouwen hebben wij geen boodschap.
Nadia Fadil (KULeuven), Sarah Bracke (KULeuven), Pascal Debruyne (UGent) en Ico Maly (KifKif).