Belast de overheideigenaars van leegstaande gebouwen?
Bij decreet van 19 april 1995 heeft de Vlaamse Raad maatregelen uitgevaardigd ter bestrijding en ter voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten in het Vlaamse Gewest. Het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997 voert hoger genoemd decreet uit.
De leegstandsheffing is erop gericht om de eigenaars van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten ertoe aan te zetten om deze gebouwen te recupereren of ze opnieuw op de markt te brengen met eerbied voor de ruimtelijke ordening van het grondgebied. De belasting wordt aangewend voor het subsidiëren van de nieuwe eigenaars van verwaarloosde bedrijfsruimtes die deze ruimtes willen vernieuwen. Alleen de naakte eigenaar van een leegstaande bedrijfsruimte moet in het Vlaamse gewest een leegstandsheffing betalen.
Een bedrijfsruimte is een gebouw dat aangewend wordt voor een economische activiteit en dat zich bevindt op één of meer percelen, die een geheel vormen, met een minimale oppervlakte van 500 vierkante meters. Zij moeten leegstaand of verwaarloosd zijn. Er is leegstand wanneer de bedrijfsruimte voor meer dan 50% van de vloeroppervlakte niet effectief wordt benut. Het volstaat dat de bevoegde ambtenaren de leegstand op een bepaald ogenblik kunnen vaststellen. Nieuwe bedrijfsruimten worden pas geïnventariseerd als leegstaand wanneer zij nog steeds leegstaan 2 jaar na de betekening van het kadastraal inkomen. In geval van leegstand ten gevolge van de stopzetting van de economische activiteit, wordt er pas geïnventariseerd na 5 jaar leegstand. Er is verwaarlozing wanneer de buitenmuren, de schoorsteen, de dakbedekking, het dakgebinte, het buitentimmerwerk, de kroonlijst, de dakgoten, de trappen en de liften, uiterlijke gebreken vertonen. Het gebrek is beperkt wanneer het zich voordoet over minder dan de helft van de oppervlakte, lengte of breedte, of met andere woorden wanneer het gebrek plaatselijk is. Een gebrek is algemeen wanneer het zich voordoet over meer dan de helft van de oppervlakte, lengte of breedte
De volgende bedrijfsruimten worden niet opgenomen in de inventaris:
de bedrijfsruimten waarvan de woning van de eigenaar of eigenaars een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en die nog steeds benut worden als hoofdverblijfplaats;
de bedrijfsruimten waarop een onteigeningsbeslissing rust;
de bedrijfsruimten die beschermd zijn als monument of als stads- of dorpsgezicht en de panden die opgenomen zijn in een ontwerplijst tot bescherming; de bedrijfsruimten die worden vrijgesteld bij uitvoeringsbesluit.
Wanneer een bedrijfsruimte werd opgenomen in de inventaris van de leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten, wordt aan de eigenaar een registratieattest betekend. De eigenaar kan binnen de 30 kalenderdagen beroep aantekenen tegen deze registratie. Wanneer het beroep, dat opschortend is, verworpen wordt, krijgt de registratie uitwerking vanaf de datum vermeld op het oorspronkelijke registratieattest.
Wanneer een bedrijfsruimte opgenomen is in de inventaris moet de eigenaar op 31 december van het jaar waarop de heffing betrekking heeft (heffingsjaar), een heffing betalen. De heffing is voor het eerst verschuldigd in het kalenderjaar dat volgt op de tweede opeenvolgende registratie.
Krachtens de oorspronkelijke reglementering moet daarbij rekening worden gehouden met het KI van de grond(en) inclusief opstanden van het perceel waarop de vervallen en/ of verlaten bedrijfsruimte gelegen is, alsook van de aangrenzende percelen die een geheel ermee vormen en die behoren tot dezelfde eigenaar. Ingevolge het decreet van 14 juli 1998 (BS van 22 augustus 1998) geldt deze regeling voortaan uitsluitend voor niet-landbouwbedrijven.
De aldus berekende belasting moet minstens gelijk zijn aan 2,47 EUR of per vierkante meter zoniet geldt 2,48 EUR per vierkante meter als minimumaanslagvoet. Ingevolge hogervermeld decreet geldt deze minimumheffing voortaan ook alleen voor “niet-landbouwbedrijven”. Daarenboven is de indexering van het voormelde tarief geschrapt voor iedereen.
Met terugwerkende kracht tot 1 juli 2000 zijn nalatigheidsinteresten verschuldigd vanaf het einde van de tweede maand die volgt op de toezending van het aanslagbiljet. De interest werd verlaagd van 1% naar 0,5% per kalendermaand. De moratoriumintresten voor ten onrechte of te veel betaalde bedragen dalen eveneens van 1% naar 0,5% per maand. Om een beroep in te stellen tegen een aanslag in de leegstand beschikt men over 30 kalenderdagen (gemotiveerd en aangetekend verzoekschrift). De leegstandsheffing is in principe een aftrekbare beroepskost.
De eigenaars van de betrokken bedrijfsruimten hebben er alle belang bij zo snel mogelijk uit de beruchte inventaris te verdwijnen. Zodra aan de verwaarlozing of leegstand een einde komt, kunnen zij schrapping uit de lijst vragen bij de Administratie. Dit moet wel aangetekend gebeuren. De aanvraag tot schrapping moet bovendien alle mogelijke bewijsstukken bevatten die de eigenaar nodig acht en een verklaring van de burgemeester die de beëindiging van de leegstand of verwaarlozing bevestigt. Normaal gezien moet de Administratie dan binnen 30 dagen een beslissing nemen. Is de beslissing positief, dan krijgen de eigenaars een nieuw attest van schrapping en gaat er een kopie van dat attest naar de betrokken gemeente en gewestelijke ontwikkelingsmaatschappij. Ook bij stilzwijgen van de Administratie "wordt de aanvraag tot schrapping geacht te zijn aanvaard". Het attest van schrapping wordt dan op eenvoudig verzoek aan de belanghebbende betekend.
De koper van bedrijfsruimten die op een inventarislijst van de Vlaamse Gemeenschap staat, komt in aanmerking voor een subsidie. Rechts- en natuurlijke personen kunnen bij de aankoop rekenen op een subsidie van 90% van de saneringskosten. Hierbij wordt echter rekening gehouden met de werkelijk gedragen saneringskosten, na aftrek van de eventuele opbrengst van de sanering. Het bedrag van de werkelijk gedragen kosten moet minstens 24.789,35 EUR bedragen. De verleende financiële steun is van toepassing op de kosten, exclusief BTW.
Bij niet-tijdige betaling van de Vlaamse leegstandsheffing is een administratieve geldboete van 200% van de niet-betaalde heffing voorzien.
Tags: Algemeen // Add Comment »